Als uw ex-partner niet wil meewerken aan de omgangsregeling tussen u en uw kinderen, zijn er dan mogelijkheden om alsnog de omgang af te dwingen?
U kunt in gezamenlijk overleg met de andere ouder een omgangsregeling afspreken. Ook de rechter kan op verzoek een omgangsregeling vaststellen. Wanneer de rechter zijn goedkeuring aan de omgangsregeling heeft gegeven, is de regeling rechtens afdwingbaar. Dat betekent dat zowel u als uw ex-partner de regeling moet naleven en dat beiden van de ander kunnen eisen om de regeling na te komen.
Het gebeurt helaas maar al te vaak dat één van beide ouders de omgangsregeling niet nakomt. De kinderen worden bijvoorbeeld niet meegegeven als de andere ouder de kinderen op de afgesproken dag komt ophalen. Ook komt het regelmatig voor dat één van de ouders andere dagen wil afspreken dan de regeling voorstaat. Wat kan u doen indien u geconfronteerd wordt met dit soort situaties?
Het is ook mogelijk om een kort geding aan te spannen en een dwangsom te eisen voor elke overtreding van de omgangsregeling. Natuurlijk garandeert dit niet de medewerking van de andere ouder maar het kan soms net de aansporing zijn die de weigerende ouder nodig heeft. U mag een door de rechter opgelegde dwangsom overigens niet verrekenen met eventuele alimentatie die u betaalt. Onder bijzondere omstandigheden kan de rechter toewijzen dat de alimentatie worden geschorst, maar het spreekt voor zich dat dit niet in het belang is van het kind.
Voorbeeldzaak: Verhoging dwangsommen tegen weigerachtige moeder afgewezen
Een moeder werkt twee keer niet mee aan omgangsregeling. Zij moet per overtreding 150,- euro aan dwangsommen betalen. De vader vordert in kort geding de dwangsommen fors te verhogen en de dwangmiddelen uit te breiden via de sterke arm van politie en gijzeling. De rechter wijst de vordering echter af. Het staat nog niet vast dat verdere medewerking aan het laten plaatsvinden van omgang uitgesloten is. Hoe vaker een dwangsom wordt verbeurd, hoe groter de prikkel zal zijn om alsnog na te komen.
Voorzieningenrechter Rechtbank Maastricht, 29 augustus 2007, LJN: BB2552
De ouder die het kind niet verzorgt, kan wijziging van verblijfplaats van het kind verzoeken. Dit is een ingrijpende maatregel die niet snel door een rechter zal worden toegewezen. De reden is dat het kind dan uit zijn vertrouwde omgeving wordt gehaald terwijl juist continuïteit in opvoeding en verzorging van het kind van groot belang wordt geacht. De rechter kan dit toewijzen indien de verzorgende oude zijn taken verwaarloost en contact onthoudt tussen het kind en de andere ouder.
Een moeder probeert de vader uit het leven van de kinderen te weren en veroorzaakt telkens strubbelingen bij de omgangsregeling. Het hof ziet geen andere oplossing dan te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-10-2006, LJN: AZ2575
Wanneer een omgangsregeling niet wordt nagekomen kunt u daarbij de hulp van de politie of de deurwaarder inroepen. De politie kan in zo’n geval vragen of de verzorgende ouder wil meewerken aan het uit huis halen van het kind. Over het algemeen zal de politie hierin zeer terughoudend optreden. De reden hiervan is dat inmenging van de politie normaal gesproken niet in het belang van het kind is. De politie heeft ook niet de taak geschillen tussen burgers op te lossen, daar is namelijk de burgerlijke rechter voor. Daarnaast is er simpelweg vaak de mankracht niet voor.
Lijfsdwang (gijzeling) moet niet verward worden met gevangenisstraf. Lijfsdwang is de civielrechtelijke variant van gevangenisstraf. Indien juridische middelen als een dwangsom geen uitkomst bieden dan kan eventueel lijfsdwang worden verzocht. Het wordt echter maar weinig toegepast omdat ook dit middel niet in het belang van het kind wordt geacht. Toch kan de maatregel worden opgelegd indien er herhaaldelijk geen gehoor wordt gegeven aan rechterlijke uitspraken en de omgangsregeling gefrustreerd blijft worden.
De wet biedt een ouder die een omgangsregeling wil nakomen maar daarbij geen medewerking krijgt van de verzorgende ouder maar weinig doeltreffende middelen. Natuurlijk kunt u in zo’n geval aan de rechter een dwangsom, lijfsdwang of wijziging verblijfplaats verzoeken of u kunt hulp zoeken bij de politie maar indien de andere ouder blijft weigeren, dan treffen de opgelegde maatregelen niet alleen de verzorgende ouder maar ook het kind. Wat is dan wijsheid? Probeert u het niet zo ver te laten komen; probeert u in alle redelijkheid met de andere ouder te praten eventueel met behulp van vrienden of familieleden. Probeert u, in het belang van uw kind, er in gezamenlijk overleg uit te komen. En als dat allemaal niet helpt, schakel dan een advocaat in die samen met u kan kijken welk middel wellicht toch in uw situatie een doorbraak kan forceren.
Het is van het grootste belang dat er weer snel contact is tussen niet-verzorgende ouder en de kinderen. Ouders kunnen dan ook het beste zo snel mogelijk afspraken maken over een omgangsregeling en met de uitvoering daarvan te beginnen. Voor alle partijen en in het bijzonder de kinderen is het van belang dat afspraken worden nagekomen.
Lukt het niet (meer) om samen goede afspraken te maken dan moet men denken aan omgangsbemiddeling. Is er tussen de ouders onvoldoende vertrouwen dan kan het zinvol zijn om omgangsbegeleiding te accepteren of misschien zelfs de omgang in het omgangshuis te laten plaatsvinden.
Mocht een goed lopende omgangsregeling plotseling worden stopgezet dan is meestal een kort geding noodzakelijk.
Het kind moet er op kunnen vertrouwen dat het op de afgesproken tijden gehaald en gebracht wordt. Niets is zo moeilijk voor het kind als het op het laatste moment niet wordt opgehaald, of dat het op het laatste moment niet mag gaan.
Voor het kind is het van belang dat het een eigen plekje heeft bij iedere ouder en dat het contact plezierig verloopt.
Soms vragen kinderen extra aandacht of willen zij dat juist (even) niet.
Indien een goed lopende omgangsregeling plotseling wordt stopgezet of beperkt is er geen tijd te verliezen. Vaak krijgt de omgangsouder te horen dat de kinderen plotseling niet meer naar hem toe willen, dat ze hun vader stom vinden of dat ze de omgangsregeling eigenlijk te vermoeiend vinden. En dat terwijl de omgangsweekenden tot dan toe heel leuk waren.
Wat is er gebeurd? In de periode dat er geen contact was met vader zijn de kinderen negatief beïnvloed. Hoe langer de periode zonder contact duurt des te moeilijk wordt het om het contact weer te herstellen.
In dit geval kun je al omgangsouder maar een ding doen en dat is direct een kort geding aanspannen en nakoming van de omgangsregeling eisen.
Een omgangsregeling die is vastgelegd in een rechterlijke beschikking of die onderling is overeengekomen dient onverkort te worden nagekomen. Alleen een rechter kan dat wijzigen, dus niet een huisarts, noch een leerkracht, en ook niet een medewerker van instanties als de jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming of Meldpunt Kindermishandeling.
Als je dit over je kant laat gaan zou dit wel eens einde kunnen zijn van de omgangsregeling. In praktijk wordt door de rechter of de Raad van de Kinderbescherming met name gekeken naar de situatie waaraan het kind gewend is geraakt. Als er lange tijd geen omgang is geweest wordt het heel moeilijk om weer een omgangsregeling tot stand te brengen.
Laat dus direct zien dat er aan de omgangsregeling niet te knabbelen valt en start een Kort geding.